De RES, risico-dialogen en kansen voor samenwerking – in gesprek met Arja de Waal

Arja de Waal werkt als adviseur bij BMC en wordt in die hoedanigheid gedetacheerd bij verschillende soorten overheden, zoals gemeenten en waterschappen. Daarnaast is ze mediator en beleidsbemiddelaar. Zij is een van de 15 beleidsbemiddelaars die deelneemt aan het Pad naar Meesterschap. Lees in dit interview waarom!

Waarom heb je ervoor gekozen om mee te doen aan het Pad naar Meesterschap?

Een belangrijke reden voor mij om mee te doen aan het Pad naar Meesterschap is om de toepassing van mediation en beleidsbemiddeling (en ook mijzelf als beleidsbemiddelaar) meer onder de aandacht te brengen.



Op het moment ben ik bijvoorbeeld actief op het terrein van de Energietransitie en de Warmtetransitie. Het is belangrijk om breed draagvlak te creëren voor de maatregelen die binnen de transities genomen moeten worden. De processen worden nu zo ingericht dat alleen in grote lijnen draagvlak wordt gecreëerd. De grote stakeholders worden betrokken. Het maatwerk waarbij inwoners betrokken moeten worden blijft nog achterwege. Met het verschijnen van het onderzoeksrapport ‘Betrokken bij klimaat’ van een ministeriële adviescommissie onder leiding van oud-ombudsman Alexander Brenninkmeijer, komt er aandacht voor de betrokkenheid van inwoners en andere direct betrokkenen.


Ik ben bijvoorbeeld gedetacheerd geweest bij een Noord-Hollandse gemeente waar ik me bezig hield met de implementatie van de Regionale Energie Strategie (RES). De opgave op te wekken duurzame energie die binnen de RES gerealiseerd moet worden vraagt een grote ruimteclaim.

Er is ruimte nodig voor windturbines, zonneparken en in dit geval ook voor de inzet van de toepassing van waterstof. Je hebt te maken met veel verschillende uitgangspunten met verschillende belangen. Er worden afwegingen gemaakt over grondposities, eigendomssituaties en economische belangen. Het gaat ook over de afwegingen natuur versus milieu. Ik zag hoe de betrokken partijen, inclusief de gemeente, de strijd met elkaar aanbonden over een stukje grond. Daarbij ontbrak het soms aan een gedegen belangenafweging. Wat weegt zwaarder? Wat vinden we met elkaar belangrijk?

Als adviseur of projectleider vanuit bijvoorbeeld een gemeente heb je vaak de schijn tegen.
Stakeholders zoals bijvoorbeeld vertegenwoordigers van belangengroepen, zien je als vooringenomen. Je hebt in hun ogen een opdracht en dat gaat ten koste van het belang van hun als stakeholders. ”Ja maar jij hebt ook de pet van de gemeente op… De gemeente heeft het toch al bepaald…Jij hebt een verborgen agenda want jouw wethouder wil dit en dat…” Het is dan belangrijk om de situatie goed te schetsen en het vertrouwen te bouwen. Je start vanuit een 3-0 achterstand. Met het inzetten van mijn mediationvaardigheden lukt het om een goede basis te leggen waaruit we verder kunnen werken. Vanuit een transparante startpositie op basis van vertrouwen.

Op het moment dat je een onafhankelijke procesbegeleider, zoals een beleidsbemiddelaar, inschakelt kun je als consortium – als groep van stakeholders – veel beter het speelveld in kaart brengen. Met elkaar kijken naar de opgave en benoemen waar de tegenstrijdige belangen liggen. In een open proces kunnen stakeholders en betrokkenen werken aan gezamenlijk gedragen oplossingen.

Zeg je daarmee dat participatie vooral met de mond beleden wordt? Hoe zorgen we er dan voor dat participatie geen wassen neus wordt?

Goede vraag. Er moet een dieper besef komen van wat er nodig is om echt draagvlak te creëren voor ingrijpende maatregelen. Ik heb nu ervaring vanuit een gemeente waarbij inwoners stellingen werden voorgelegd. Daar mochten ze uit kiezen. Niets geen discussie. Aan het einde van de sessie werd door de gemeente opgewekt gezegd: “Dank dat u heeft meegewerkt aan het participatietraject”. Hoe dan? Het plaatsen van windmolens heeft impact voor de leefomgeving. Dan krijg je omwonenden en belanghebbenden niet mee met alleen een verhaal over klimaatverandering. ‘Als je er zo in gelooft, bouw dat park dan lekker in je eigen achtertuin!’ zeggen de omwonenden dan. En dan huren ze een onderzoeksbureau in dat bijvoorbeeld een rapport produceert over de negatieve impact op de flora en fauna. Zo ontstaat een impasse.

Vanuit een opdracht bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heb ik me bezig mogen houden met de zogenaamde ‘risico-dialogen’ georganiseerd in het kader van het Deltaprogramma gericht op klimaatadaptatie (omgaan met veranderingen in het klimaat en extreme droogte of neerslag). Gemeenten en regio’s huren dan technische bureaus in om de processen te leiden. Zij hebben de aanpak om te kijken naar techniek. Wat is het probleem en hoe lossen we dat technisch op? Maar waar zijn de belangen van de agrariërs, de inwoners, de gebruikers van een gebied, de natuurbeheerders etc? Het is belangrijk dat ook die stemmen klinken. Doe je dat niet dan creëer je weerstand. Dat is vragen om ellende.



Daarom is een van de belangrijkste leerdoelen die ik voor mijzelf gesteld heb in het kader van het Pad naar Meesterschap, hoe overtuig ik mijn opdrachtgevers om echt aandacht voor het proces te hebben? Niet een beetje, maar echt. Ik zie overal kansen voor echte participatie en de toegevoegde waarde van onafhankelijke procesbegeleiding. Ik wil die kansen pakken!

Hoe werk je daar aan tijdens de bijeenkomsten van het Pad naar Meesterschap?

Om te beginnen werk ik aan manieren om mijzelf als mediator en beleidsbemiddelaar te positioneren. Om mezelf als mediator zichtbaar te maken. Gelukkig heb ik ontdekt dat het niet aan mij ligt. Ook andere ‘believers’ worstelen hiermee. We werken aan een cultuuromslag in de manier waarop beleid en besluiten tot stand komen. Dat kan en hoef ik niet in mijn eentje te doen. Dat kan alleen maar samen. De eerste bijeenkomsten van het Pad hebben mij al geleerd dat ik eigenlijk heel goed bezig ben.

Kijk, ik ben geen boekentijger. Ik ben geen theoreticus maar hou van een praktische aanpak. Tijdens de bijeenkomsten van het Pad heb ik de kans om te sparren met zeer ervaren collega’s. Daar leer ik veel van maar het geeft me ook vertrouwen en nieuwe energie om te gaan voor waar ik in geloof.

In verband met Covid hebben we tot nu toe virtuele bijeenkomsten gehad. Ik verheug met erop om na de zomer met de groep fysiek samen te komen, rollenspellen te doen, zelf oefeningen te leiden en voor de groep te staan. De verbinding zoeken. Daar ligt mijn kracht. Dat is waar mijn opdrachtgevers mij telkens voor complimenteren. Daar wil ik nog beter in worden. Dat is professionaliteit.

Hoe meer je weet, hoe meer vragen je ook hebt. Als je niets weet, dan stel je ook geen vragen. Denk daar maar eens over na.

Wil je Arja nog beter leren kennen? Luister hier naar een podcast-interview met deze topvrouw!